|
Sempre Avanti: show op z'n
best
Wat Sempre Avanti met koor en
orkest op één avond uit de kast haalt, grenst aan het oneindige.
Eigenlijk uit drie kasten: de mahonie uit de jaren '40, vol met van die
zelfgemaakte bloemenjurken van crêpe georgette, mousseline of die
vreselijke rayonzijde.
De eiken kast uit de jaren '60 vol schitterende zwart-wit jurken met grote
'modern gordijn' motieven, verwerkt in klok- en cirkelrokken met petticoat,
boothalzen en aangeknipte mouwtjes.
En uit de glazen vitrinekast niets dan suikerzoete, lange glitterjurken
met zwanendons in vier kleuren, gereserveerd voor de musical songs.
Het orkest met een keur aan instrumenten, van mandoline tot accordeon, is
schitterend uitgedost in twinkelend rood fluweel. Outfits om te zoenen!
Allemaal zelf gemaakt en zef ontworpen.
En daar blijft het niet bij.
Bijna elk liedje, en ze flitsen voorbij, wordt voorzien van een geestig
attribuut dat pijlsnel ten tonele wordt gevoerd en weer even snel wordt
weggetoverd.
Natuurlijk het glaasje ranja met een rietje in "Sophietje" of
boven het koor een prachtige witte duif in 'una paloma blanca', een
romantisch geklede (levende) pop met huifhoed, houterig stappend over het
toneel, opgedraaid met een grote sleutel in het pittig gezongen
"Living doll'. Er komt zelfs een dikke dolle koe met boer het podium
op hompelen bij 'kleine Greetje uit de polder'.
En dan is er nóg iets toegevoegd aan de showformule. Eén van de
zangeressen vertelt in vogelvlucht wat er zoal in die jaren gebeurde: de
oorlog met de gaarkeuken, alles op de bon, verduisteringsgordijnen en
krankzinnige stroombronnen zoals fietsdynamo en knijpkat.
Later de wereldse bikini, maanmannetjes, eerste harttransplantatie, de
Beatles met lang haar; verhalen om je aan alle kanten de (on)voltooid
verleden tijd in te trekken. En dat lukt Sempre Avanti fantastisch,
ondanks hun naam 'Immer voorwaarts'.
Elk liedje uit 'Het feest van herkenning', krijgt handen en voeten door de
kleinschalige, maar o zo adequate bewegingen. De hokey-pokey en de veleta
worden stralend gezongen en gedanst op de halve vierkante meter.
Sempre Avanti heeft vier
kanjers van solisten en op de valreep nóg een hele goeie in een prachtig
duet. Allereerst de koningin van de nacht, Amanda Kwakkenbos, die met haar
warme mezzostem de zaal laat meewenen in 'Don't cry for me Argentina' in
een prachtig wit gewaad waarboven haar grote bos zwarte krullen. Ze steelt
de show in het fraaie, oprecht gezongen 'I don't know how to love him' uit
Jesus Christ Superstar.
De twee solo tenoren
die het koor rijk is kunnen er ook wat van. Als een glanzend rode draad
door het hele concert heen zijn zij prominent aanwezig, voortreffelijk
zingend en acterend, in een reeks van uitsmijters.
En last but not least Wilma de Vries, een sopraan die er helemaal voor
gaat, als een lachende Doris Day in 'Que sera, sera' als Tiroler meisje in
'Sixteen, going on seventeen' uit de Sound of
Music.
Onder leiding van de superenthousiaste dirigent Jan de Vries, musiceren
koor en orkest met hart en ziel, laten je niet een minuut wegdutten op je
stoel, tot het laatste hartveroverende lied uit Anatevka 'To life: l'chaim'
waarmee Sempre Avanti met een geheven glas 'Hollandse'champagne afscheid
neemt.
Dat is nou show op z'n best!
Lidy van der Spek
|
|
 |
|
|